Vrijheidsbeperking

De toepassing van vrijheidsbeperkende maatregelen, net als de toepassing van dwanghandelingen, is in de afgelopen jaren sterk afgenomen. Deze tendens begon nadat een aantal noodlottige gevallen in de media kwamen. Er waren patienten die omlaag zakten in hun bed, terwijl ze gefixeerd waren met wat men noemt een Zweedse Band, een stevige riem rond de middel waardoor iemand niet uit bed kan komen. Deze band niet strak genoeg zetten, maakt het mogelijk nog op en neer te bewegen (wat patienten in al hun verwardheid ook deden), tot het punt dat de band op hun keel zat, en zij stikten. 

 

Het hele land sprak er schande van, er werden commissies opgericht, met vingers gewapperd, cijfers gepubliceerd en zorginstellingen adverteren tot op de dag van vandaag met de boodschap dat zij géén vrijheidsbeperkende maatregelen toepassen in de zorg, of in ieder geval zo weinig mogelijk. Daarnaast zijn er registratiesystemen voor de toepassing van deze maatregelen die jaarlijks opgenomen worden in een rapportcijfer voor iedere instelling door de Inspectie van Gezondheidszorg.

 

Nu is het wel zo dat je er als hulpverlener in een verpleeg- of verzorgingstehuis nooit helemaal aan ontkomt om deze maatregelen toe te passen. De context van de toepassing hiervan is er dan ook een om even bij stil te staan. Een ander belangrijk punt is dat de toepassing van een vrijheidsbeperkende maatregel, niet per definitie fout is.

 

Wanneer Meneer Jansen steeds uit zijn rolstoel opstaat en probeert te lopen, besluit het team in overleg met de arts een rolstoelblad op zijn rolstoel te bevestigen, met een scharnier net buiten zijn handbereik. Meneer Jansen krijgt het blad niet omhoog wanneer hij in zijn stoel zit, en is er dus sprake van een vrijheidsbeperkende maatregel. Meneer Jansen kan namelijk niet opstaan wanneer hij dat wilt. 

 

Mevrouw Klaasen sliep vroeger in een groot twee-persoonsbed. Nu, in zo'n ziekenhuisbed, is zij steeds bang eruit te vallen. Het team besluit in overleg met de arts en familie om de bedhekken omhoog te doen, wat Mevrouw Klaasen wat rust geeft, waardoor zij beter slaapt.

 

Bij beide gevallen is er sprake van vrijheidsbeperking, maar bij mevrouw Klaasen is er een akkoord voor de toepassing. Bij meneer Jansen is dat er niet, voor zover de vraag uberhaupt gesteld zal worden ('Mogen we u opsluiten in uw rolstoel?'). De noodzaak van de toepassing bij Meneer Jansen is er wél, en daar zit doorgaans ook het knelpunt. Doordat er niet altijd voldoende toezicht kan zijn op wat meneer Jansen uitspookt overdag, is het enige alternatief hem de vrijheid om zich te bewegen te ontnemen.

 

In een ideale situatie is dit toezicht er altijd, maar door drukte op een afdeling, een tekort aan personeel en een steeds toenemende zorgzwaarte, zullen vrijheidsbeperkende maatregelen helaas nog altijd een interventie zijn die je tegenkomt in de zorg.

Please reload

Broeder Joost

Broeder Joost werkt als verpleegkundig zorgcoordinator op een afdeling voor jonge mensen met dementie en schrijft graag over zijn bevindingen, ervaringen en andere toevalligheden.

Meer Broeder Joost:

October 14, 2019

August 7, 2019

April 13, 2019

February 6, 2019

January 30, 2019

Please reload

Broeder Joost